Zo gebruik je de aanwijzingen
Kies per verstopplek één aanwijzing en leg elk kaartje op de plek waar het antwoord van het vorige kaartje naartoe wijst. Het eerste kaartje krijgen de kinderen in handen, de schat ligt bij het antwoord van het laatste. Neem aanwijzingen uit twee of drie kamers, zodat de speurtocht in beweging blijft. De makkelijke versie past bij 4 tot 6 jaar, de moeilijkere vanaf een jaar of 7.
Lees de makkelijke aanwijzingen voor aan kinderen die nog niet lezen. Kinderen uit groep 3 en 4 lezen korte zinnetjes vaak al zelf, oudere kinderen redden de moeilijke versie alleen.
Aanwijzingen voor de keuken
Houd de kaartjes in de keuken uit de buurt van het fornuis, de oven, de waterkoker en de messenla. Op deze plekken kun je veilig een kaartje plakken of eronder schuiven.
- Makkelijk: “Ik ben groot en koud en ik bewaar de melk.” Moeilijker: “Doe mijn deur open en er gaat een lampje aan. Doe hem dicht en ik zoem alleen in het donker.” Antwoord: de koelkast (plak het kaartje aan de buitenkant van de deur).
- Makkelijk: “In mij liggen appels en bananen.” Moeilijker: “Ik ben een schaal, maar soep komt er nooit in. Ik draag wat aan bomen is gegroeid.” Antwoord: de fruitschaal.
- Makkelijk: “Hier zitten we als we eten.” Moeilijker: “Vier poten maar geen voeten, en elke maaltijd wordt op mijn rug opgediend.” Antwoord: de keukentafel.
- Makkelijk: “Hier gaat je boterham in.” Moeilijker: “Ik ga elke dag mee naar school en kom 's middags leeg weer thuis.” Antwoord: de broodtrommel.
Aanwijzingen voor de woonkamer
De woonkamer is meestal de beste plek om te beginnen en te eindigen, want daar past iedereen voor het verhaal en de schatkist.
- Makkelijk: “Op mij zit iedereen tv te kijken.” Moeilijker: “Ik heb leuningen maar geen handen, en tussen mijn kussens verdwijnt van alles.” Antwoord: de bank.
- Makkelijk: “Op mij staan boeken op een rij.” Moeilijker: “Ik zit vol verhalen, maar ik kan er niet één vertellen.” Antwoord: de boekenkast.
- Makkelijk: “Ik ben groen en woon in een pot.” Moeilijker: “Ik drink maar eet nooit, ik groei maar loop nooit, en het liefst sta ik bij het raam.” Antwoord: de kamerplant.
- Makkelijk: “Ik ben zacht en je loopt over me heen.” Moeilijker: “Ik lig de hele dag plat terwijl iedereen op me staat, en niemand zegt sorry.” Antwoord: het vloerkleed (schuif het kaartje onder een hoek).
Aanwijzingen voor de slaapkamer
Kennen de gasten het huis niet? Zet dan maar één slaapkamer open en noem hem in de aanwijzing (“in de kamer van de jarige …”).
- Makkelijk: “Hier slaap je elke nacht in.” Moeilijker: “Ik heb een hoofdeinde en een voeteneinde, maar geen buik.” Antwoord: het bed.
- Makkelijk: “Je hoofd ligt elke nacht op mij.” Moeilijker: “Zacht en vierkant hoor ik al je dromen, maar ik verklap er niet één.” Antwoord: het kussen.
- Makkelijk: “In mij hangen je kleren.” Moeilijker: “Ik heb deuren maar ben geen huis, en hangers maar geen jas aan.” Antwoord: de kledingkast.
- Makkelijk: “Hier gaat al je speelgoed slapen.” Moeilijker: “Bij het opruimen slik ik beren, blokken en autootjes in, en 's ochtends geef ik ze weer terug.” Antwoord: de speelgoedkist.
Aanwijzingen voor de gang
Door de gang is elke gast al gelopen, dus daar heeft niemand een routebeschrijving nodig. Jaszakken en regenlaarzen zijn prima verstopplekken.
- Makkelijk: “Op mij staan schoenen, steeds twee aan twee.” Moeilijker: “Ik heb heel veel paren, maar ik dans nooit.” Antwoord: het schoenenrek.
- Makkelijk: “Hier hangen de jassen.” Moeilijker: “Ik draag ieders jas, maar ik ga nooit naar buiten.” Antwoord: de kapstok (een jaszak is een goede verstopplek).
- Makkelijk: “Kijk in mij en je ziet jezelf.” Moeilijker: “Ik doe alles na wat je doet, maar altijd in spiegelbeeld.” Antwoord: de spiegel.
- Makkelijk: “Hier veeg je je voeten.” Moeilijker: “Ik lig voor de deur en heet iedereen welkom, en toch loopt iedereen over me heen.” Antwoord: de deurmat (binnen, en de voordeur blijft dicht).
Aanwijzingen voor de tuin
Gebruik de tuin alleen als hij afgesloten is en er een volwassene mee naar buiten gaat. Blijf uit de buurt van de vijver, de sloot, de regenton, gereedschap en de straat.
- Makkelijk: “Op mij zit je in de tuin.” Moeilijker: “Ik heb plaats voor drie, maar binnen in mij is geen ruimte.” Antwoord: de tuinbank.
- Makkelijk: “In mij groeien bloemen.” Moeilijker: “Ik ben van klei en zit vol aarde, en op mijn hoofd groeit iets groens.” Antwoord: de bloempot.
- Makkelijk: “Ik ga heen en weer, heen en weer.” Moeilijker: “Duw me weg en ik kom altijd terug.” Antwoord: de schommel.
- Makkelijk: “Hier staan de fietsen en de tuinspullen.” Moeilijker: “Een klein huisje waar niemand woont, behalve de hark en de schep.” Antwoord: het schuurtje (kaartje aan de buitenkant van de deur).
Voorbeeldspeurtochten, kamer voor kamer
De drie complete voorbeelden hieronder laten zien hoe een hele speurtocht in één of twee kamers eruitziet. Het Geheim van de Kombuis blijft voor kinderen van 6 tot 8 jaar helemaal in de keuken, ideaal voor een regenachtige middag. Het Mysterie van de Gouden Detective is een detectivezaak in de slaapkamer voor 7 tot 9 jaar. De Kosmische Missie naar de Sterrenschat begint bij de spiegel in de gang en eindigt in de woonkamer.
Elk voorbeeld heeft een eigen verhaal, opdrachtkaarten, hints en antwoorden, en je downloadt het gratis als pdf. Een e-mailadres is niet nodig.
Aanwijzingen geschreven voor jouw huis
Geen lijst past in elk huis. Vertel Captain Clue welke kamers jullie gebruiken, tik de meubels aan die je hebt, en elke aanwijzing wijst naar jouw bank, jouw schoenenrek, jouw fruitschaal, op het juiste niveau voor de leeftijd van de kinderen. Gratis bekijken, daarna printen (€9) of op telefoons spelen (€19).